ECLI:NL:CRVB:2003:AL7295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering compensatie pensioenpremie tijdens FPU-periode na wijziging VUT-regeling
Appellant was werkzaam bij de Dienst [naam dienst] en kreeg ontslag wegens opheffing van zijn betrekking. Hij maakte aanspraak op wachtgeld en VUT-uitkering met verplichte pensioenopbouw van 50%. Per 1 april 1997 werd de VUT-regeling vervangen door de FPU-regeling, die geen verplichte pensioenopbouw kent, maar vrijwillige voortzetting mogelijk maakt zonder werkgeversbijdrage.
Appellant verzocht de gemeente om vergoeding van de pensioenpremie tijdens de FPU-periode, maar dit werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de wijziging van regelgeving geen compensatieplicht voor het bestuursorgaan met zich brengt, tenzij er individuele garanties of toezeggingen zijn gedaan.
De Raad vond geen aanwijzingen voor dergelijke garanties of bijzondere omstandigheden die een compensatieplicht zouden rechtvaardigen. Ook het feit dat in andere sectoren gunstiger afspraken zijn gemaakt, verplicht de gemeente niet tot vergoeding. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 25 september 2003 in het openbaar gegeven door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gemeente niet verplicht is de pensioenpremie tijdens de FPU-periode te vergoeden.