ECLI:NL:CRVB:2003:AI1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.J.H. Doornewaard
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opschorting plaatsingsprocedure arbeidsongeschikte gemeenteambtenaar
Appellant, een arbeidsongeschikte gemeenteambtenaar van de gemeente Dordrecht, was sinds september 1996 niet meer werkzaam vanwege ziekte. In het kader van een reorganisatie werd zijn functie als veranderfunctie aangemerkt, waardoor een passende functie gezocht moest worden. Appellant verzocht om opschorting van de plaatsingsprocedure omdat hij zich door zijn arbeidsongeschiktheid niet in staat achtte adequaat te reageren.
Het College van burgemeester en wethouders besloot op 7 mei 1997 de plaatsingsprocedure op te schorten totdat appellant medisch voldoende hersteld zou zijn. Appellant was het hiermee niet eens en stelde dat hij nog steeds zijn oude functie bekleedde, waardoor de mededeling dat hij nog niet geplaatst was onjuist was. Het bezwaar werd door het College afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat er wel degelijk een geschil bestond over het besluit, waardoor de rechtbank ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep ongegrond en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
De Raad stelde vast dat de opschorting van de plaatsingsprocedure niet neerkomt op ontheffing van de functie en dat het besluit van 7 mei 1997 niet bedoeld was om de aanstelling van appellant te wijzigen. De hoorprocedure in bezwaar was correct verlopen, ook al was appellant niet aanwezig bij de hoorzitting. De Raad vond geen grond voor toepassing van schadevergoeding of andere maatregelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot opschorting van de plaatsingsprocedure blijft in stand.