ECLI:NL:CRVB:2003:AI0637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th. G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht niet volledig gegrond
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) en de Algemene bijstandswet (Abw) over verschillende perioden. Gedaagde stelde bij besluit van 29 april 1999 vast dat appellant ten onrechte bijstand had ontvangen wegens het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden voor een derde partij. Hierdoor werd de bijstand herzien en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de toepassing van artikel 30a ABW onjuist was voor de periode van 1 mei 1996 tot en met 30 juni 1997, omdat toen de Abw van toepassing was. Voor de periode van 1 januari 1994 tot 1 mei 1996 vernietigt de Raad het besluit wegens strijd met de wet en legt gedaagde op een nieuw besluit te nemen.
De Raad stelt vast dat appellant inderdaad werkzaamheden verrichtte en inkomsten had die niet waren opgegeven, wat de herziening rechtvaardigt. De verplichting tot betaling van het bedrag van f 1.475,-- blijft echter deels in stand, maar moet opnieuw worden vastgesteld. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 1 januari 1994 tot 30 juni 1997 en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.