ECLI:NL:CRVB:2003:AI0630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- R.M. van Male
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging WW-uitkering wegens werkzaamheden in hennepkwekerij
Appellant ontving een WW-uitkering over de periode van 19 augustus 1996 tot en met 17 september 1997. Gedaagde stelde vast dat appellant hand- en spandiensten verrichtte in een hennepkwekerij en beëindigde daarop de WW-uitkering volledig, met terugvordering van onverschuldigde betalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat gedaagde op goede gronden aannam dat appellant werkzaamheden verrichtte. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het strafrechtelijk vonnis weliswaar deelname aan een criminele organisatie bewijst, maar onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de omvang van de werkzaamheden.
De Raad constateert dat gedaagde zich heeft gebaseerd op verklaringen van één verhuurder en onvoldoende onderzoek deed naar de omvang van de werkzaamheden. De Raad vernietigt het besluit tot volledige beëindiging van de uitkering en beveelt hernieuwde besluitvorming, waarbij ook proceskosten en griffierechten aan appellant worden vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot volledige beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.