ECLI:NL:CRVB:2003:AH9558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering vergoeding Wsw wegens niet naleven zeep-beleid in 1996 en 1997
Appellante, rechtsopvolgster van de Gemeenschappelijke Regeling Gewest Midden-Limburg, stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond inzake terugvordering van vergoedingen door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De terugvordering betrof f. 72.500,- en f. 180.000,- over respectievelijk 1996 en 1997, vanwege niet-naleving van het zogenaamde zeep-beleid bij de plaatsing van medewerkers van de wachtlijst.
Het zeep-beleid, zoals vastgelegd in nota's en informatiebulletins, verplicht bestuurlijke eenheden om Wsw-kandidaat-werknemers in volgorde van hun wachtlijstcohort te plaatsen, met een beperkte afwijkingsmogelijkheid van 25%. Dit beleid beoogt gelijke kansen te waarborgen ongeacht handicap of productiviteit. De Raad oordeelde dat dit beleid niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht en dat het binnen redelijke beleidsruimte valt.
Appellante voerde aan dat het beleid onredelijk is, dat terugvordering niet mag plaatsvinden voor medewerkers die niet meewerkten aan plaatsing, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Raad verwierp deze stellingen en oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in 1996 en 1997 voldoende inspanningen had verricht conform het zeep-beleid. Ook was geen sprake van ongelijke behandeling ten opzichte van andere bestuurlijke eenheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Vergoeding van proceskosten werd niet toegewezen. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het zeep-beleid en de toepassing daarvan bij terugvordering van vergoedingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van vergoedingen over 1996 en 1997 bevestigd.