ECLI:NL:CRVB:2003:AH9161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over doorbetaling bezoldiging en ziekte-uitkering gemeente-ambtenaar
Appellant, een gemeente-ambtenaar, stelde zich op het standpunt dat hij recht had op doorbetaling van zijn bezoldiging vanaf 1 januari 1998, verlenging van zijn werkloosheidsuitkering, een langere ziekteperiode in maart 1998 en een ziekte-uitkering vanwege niet volledig herstel.
De Raad overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij vanaf 1 januari 1998 wegens ziekte ongeschikt was voor zijn functie en bevestigde het besluit van de gemeente dat de doorbetaling van bezoldiging niet voortduurde. Tevens oordeelde de Raad dat de periode van zijn aanstelling meetelt voor de berekening van de werkloosheidsuitkering, maar dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging van die uitkering.
Ten aanzien van de ziekteperiode in maart 1998 stelde de Raad vast dat appellant zich niet eerder dan 12 maart 1998 ziek had gemeld en dat de bedrijfsarts hem vanaf 19 maart 1998 als arbeidsgeschikt had beschouwd. Het verzoek om een langere ziekte-uitkering werd daarom afgewezen. De Raad vernietigde het vonnis voor zover de rechtbank geen proceskostenvergoeding had toegekend en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt de besluiten van de gemeente en veroordeelt deze tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.