ECLI:NL:CRVB:2003:AG0223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en onjuiste informatie
Appellant [appellant 1] ontving sinds 1986 bijstand, welke in 1996 werd omgezet naar de Algemene bijstandswet (Abw). De uitkering werd beëindigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [appellant 2]. Na onderzoek door de Sociale Recherche werd de uitkering over de periode 1992-1997 herzien en teruggevorderd wegens het verzwegen van deze huishouding.
De Raad oordeelt dat de intrekking van de uitkering over de gehele periode terecht kan zijn, omdat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Abw. Hierdoor had appellant geen recht op een bijstandsuitkering als alleenstaande. De terugvordering is mede gericht tegen [appellant 2], omdat diens middelen bij juiste toepassing van de wet in aanmerking hadden moeten worden genomen.
De Raad vernietigt het besluit van 29 augustus 2000 voor zover het de intrekking en terugvordering over de periode 1992 tot 19 februari 1997 betreft, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het beroep van [appellant 2] tegen terugvordering wordt ongegrond verklaard. De gemeente Amsterdam wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot terugvordering bijstand wordt deels vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.