ECLI:NL:CRVB:2003:AF8927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing besluit niet-behandeling aanvraag bijstand wegens ontbreken identiteitsbewijs
Gedaagde diende op 30 november 1998 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. Appellant besloot op 11 januari 1999 de aanvraag niet verder te behandelen omdat gedaagde niet voldeed aan de eis een geldig identiteitsbewijs te overleggen, conform artikel 4:5 Awb Pro. Dit besluit werd op 14 januari 1999 bekendgemaakt. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 9 september 1999 ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat appellant binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het besluit van 11 januari 1999 in strijd met de wet is genomen. De hersteltermijn voor het aanleveren van het identiteitsbewijs was gesteld tot 11 december 1998 en niet op een kenbare wijze verlengd. Bovendien is het besluit niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na het verstrijken van de hersteltermijn bekendgemaakt, waardoor het buiten behandeling laten niet meer mogelijk was.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank, veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde en bepaalt dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag niet te behandelen is vernietigd en appellant moet een nieuw besluit nemen.