ECLI:NL:CRVB:2003:AF8757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Geen onderscheid tussen opzet en grove schuld bij boete voor niet tijdig melden loonsomwijziging
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle, die een boete wegens administratief verzuim matigde van f 25.000,- naar f 10.000,-. Het verzuim betrof het niet tijdig melden van een wijziging van de loonsom in 1998.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen sprake was van opzet, maar van grove schuld, en matigde de boete op grond van de ernst van het verzuim en de hoogte van de benadeling. Uwv stelde dat de boete van f 25.000,- proportioneel was, mede omdat de wetgever geen onderscheid maakt tussen opzet en grove schuld bij het opleggen van boetes volgens artikel 12, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (CSV).
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van grove schuld, maar stelt dat de boete van f 25.000,- evenredig is aan de ernst en verwijtbaarheid van het verzuim. De Raad wijst erop dat de werkgever zelf verantwoordelijk is voor de administratieve verplichtingen en dat omstandigheden van een fiscale eenheid niet meewegen bij de boetetoets. De Raad vernietigt het eerdere vonnis en stelt de boete vast op € 9.075,65 (f 20.000,-).
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op € 9.075,65 (f 20.000,-) wegens grove schuld bij niet tijdig melden van loonsomwijziging.