ECLI:NL:CRVB:2003:AF8422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beëindiging interim-functievervulling ambtenaar en bevoegdheden inlener en uitlener
Appellante, een ambtenaar in vaste dienst van de Algemene Rekenkamer, was gedetacheerd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een interim-functievervulling (IF). De inlener (het ministerie) beëindigde de IF-overeenkomst wegens verstoorde arbeidsverhoudingen. Appellante maakte bezwaar tegen deze beëindiging, waarna de uitlener (de Algemene Rekenkamer) de werkzaamheden bij het ministerie beëindigde en haar terugplaatste.
De rechtbank had de beslissingen van de inlener en uitlener vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit. De Raad stelde vast dat de inlener een eigen bevoegdheid had om de IF te beëindigen en dat het besluit tot beëindiging niet in strijd was met het recht. De Raad oordeelde dat de verstoorde verhoudingen terecht als grond voor beëindiging waren aangemerkt.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de uitlener bevoegd was om de detachering te beëindigen en appellante terug te plaatsen, en dat het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond was. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het bezwaar tegen de beëindiging door de inlener ongegrond is, terwijl het beroep tegen de beslissing van de uitlener ongegrond blijft. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de inlener bevoegd was tot beëindiging van de interim-functievervulling en verklaart het bezwaar tegen deze beëindiging ongegrond; het beroep tegen de terugplaatsing door de uitlener wordt ongegrond verklaard.