ECLI:NL:CRVB:2003:AF7493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Adequaatheid rolstoeldeeltaxi als vervoersvoorziening onder de Wet voorzieningen gehandicapten
De zaak betreft een geschil over de adequaatheid van een rolstoeldeeltaxi als vervoersvoorziening voor gedaagde onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Gedaagde maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Tilburg om een tegemoetkoming in de aanpassingskosten van haar eigen auto te weigeren en de eerder toegekende vergoeding voor gebruikskosten van die auto te beëindigen, omdat zij gebruik moest maken van een rolstoeldeeltaxi.
De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd wegens een ontoereikend onderzoek en onvoldoende motivering, met name omdat de ZVN-arts gedaagde niet had onderzocht en onvoldoende rekening hield met haar gebruik van een elektrische rolstoel en haar behoefte aan een damesurinaal en bescherming tegen warmte. De gemeente voerde in hoger beroep aan dat gedaagde wel degelijk was onderzocht en dat praktische problemen met het damesurinaal en de warmte-intolerantie niet zodanig waren dat het gebruik van de deeltaxi onmogelijk was.
De Raad stelde vast dat gedaagde met gestrekte benen in de rolstoeldeeltaxi kan worden vervoerd en gaf meer gewicht aan de medische adviezen van de ZVN-artsen dan aan de reumatoloog. Het gebruik van een damesurinaal en de warmte-intolerantie werden niet als doorslaggevende argumenten gezien. Ook werd geoordeeld dat de gemeente niet verplicht is om oplossingen te zoeken voor de toegankelijkheid van toiletten bij familie of kennissen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd, waarmee het besluit van de gemeente werd bekrachtigd dat de rolstoeldeeltaxi een adequate voorziening is. De Raad zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat de rolstoeldeeltaxi een adequate voorziening is, blijft in stand.