ECLI:NL:CRVB:2003:AF5494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand na boedelscheiding en proceskostenveroordeling
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) vanaf 17 juli 1995 tot 1 april 1996. Na een boedelscheiding ontving zij medio 1998 een bedrag dat leidde tot terugvordering van bijstand door de gemeente Noordenveld. De rechtbank vernietigde het besluit van terugvordering omdat het op een onjuiste wetsgrond was gebaseerd, maar liet de rechtsgevolgen in stand en wees proceskostenveroordeling af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de terugvordering terecht is gebaseerd op artikel 58, tweede lid, ABW, dat bepaalt dat bijstandskosten teruggevorderd worden indien middelen later beschikbaar komen waarover aanvankelijk niet kon worden beschikt. De Raad stelt vast dat alleen het bescheiden vermogen en vermogen bestemd voor opleiding of bedrijf vrijgelaten mag worden, en dat de door appellante gemaakte kosten en schulden na aanvang van de bijstand geen invloed hebben op de terugvordering.
Verder oordeelt de Raad dat de gemeente onterecht geen griffierechtvergoeding heeft toegekend aan appellante en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van zowel de rechtbankprocedure als het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten, en vernietigd voor zover proceskostenveroordeling en griffierechtvergoeding zijn afgewezen.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt bevestigd en de gemeente Noordenveld wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierechtvergoeding aan appellante.