ECLI:NL:CRVB:2003:AF4811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Loonsuppletie duur loskoppelen van feitelijke werkloosheidsuitkering bij ziekte
De zaak betreft een geschil over de duur van de loonsuppletie toegekend aan gedaagde, waarbij de rechtbank Utrecht het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vernietigde omdat de loonsuppletie-einddatum niet was aangepast aan een verschuiving van de werkloosheidsuitkering door ziekte.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 38 van Pro het BWOO verwijst naar de uitkeringsduur zoals vastgesteld op de eerste werkloosheidsdag en niet naar latere wijzigingen zoals geregeld in artikel 25 BWOO Pro. De Nota van toelichting ondersteunt dit door te stellen dat de eenmaal vastgestelde duur niet afhankelijk is van hernieuwde werkloosheid.
De Raad concludeerde dat de systematiek van het BWOO het toelaat om de duur van de loonsuppletie los te koppelen van de feitelijke duur van de werkloosheidsuitkering. Hoewel dit nadelig kan zijn voor personen die aan het begin van de werkloosheid langdurig ziek worden, weegt dit niet zwaarder dan het feit dat loonsuppletie tijdens ziekte doorloopt.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.