ECLI:NL:CRVB:2002:BJ3079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ontslag wegens plichtsverzuim bij weigering medewerking medische onderzoeken
Appellant was sinds mei 1992 ziek en kreeg in 1996 ontslag met beëindiging van WAO-conforme uitkering en bezoldiging. Na herstel van rechten door rechtbank en besluiten in 1997, startte gedaagde in 1998 een ontslagprocedure wegens ziekte volgens artikel 94, derde lid, van het Barp. Appellant weigerde herhaaldelijk medewerking aan medische onderzoeken door de bedrijfsarts en een Psychologisch Adviesbureau, ondanks waarschuwingen en afspraken.
De Raad oordeelde dat appellant geen valide redenen had voor zijn weigeringen, waaronder het niet toestaan van inzage in psychiatrische rapporten en het niet verschijnen bij onderzoeken. De Raad stelde vast dat appellant ernstig plichtsverzuim pleegde en dat de opgelegde disciplinaire straf en het voorwaardelijk ontslag niet disproportioneel waren.
De Raad verwierp ook de bezwaren van appellant tegen de procedure en de noodzaak van de onderzoeken. Het beroep tegen het besluit tot tenuitvoerlegging van het strafontslag werd ongegrond verklaard. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd, waarmee het ontslag rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens weigering medewerking aan verplichte medische onderzoeken wordt bevestigd.