ECLI:NL:CRVB:2002:AF7390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding volgens Algemene bijstandswet
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen inzake de terugvordering van ten onrechte betaalde bijstand over de periode 1 april 1997 tot 1 april 1998. De bijstand was ingetrokken omdat betrokkene de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat zij en appellant een gezamenlijke huishouding voerden.
De Raad oordeelt dat appellant en betrokkene feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden, zoals blijkt uit verklaringen, het samenwonen in dezelfde woning, het inbrengen van duurzame gebruiksgoederen, gezamenlijke boodschappen en het gebruik van een auto van appellant. De stellingen van appellant dat betrokkene niet in vrijheid had verklaard of elders woonde, worden niet gevolgd.
Gezien de onherroepelijke uitspraak op het beroep van betrokkene en het niet nakomen van de inlichtingenplicht, is appellant als persoon met wie rekening moest worden gehouden, terecht aangesproken voor terugvordering van de bijstand. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van ten onrechte betaalde bijstand aan appellant wordt bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.