ECLI:NL:CRVB:2002:AF4618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- A. van Netten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing werkvoorziening voor vervanging drinkbakken op grond van Wet Rea
Appellant, een arbeidsgehandicapte zelfstandig veehouder, verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om een bijdrage van 6000 gulden voor de vervanging van versleten drinkbakken als werkvoorziening op grond van artikel 22 van Pro de Wet Rea. Dit verzoek werd afgewezen omdat de vervanging van drinkbakken wordt gezien als een algemeen gebruikelijke voorziening binnen de normale bedrijfsvoering in de veehouderij.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het bestuursorgaan dat de voorziening niet toegekend kan worden omdat het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet Rea expliciet voorschrijft dat geen voorzieningen worden toegekend die algemeen gebruikelijk zijn.
Appellant voerde aan dat hij het bedrag dat hem in 1996 was toegekend voor een voerhek, maar niet had gebruikt, nu wilde besteden aan de vervanging van drinkbakken. De Raad oordeelde dat dit niet mogelijk is omdat het eerdere besluit onherroepelijk was en de bestemming van die voorziening vaststaat.
De Raad benadrukte dat hij niet bevoegd is om te toetsen of afwijzing van het verzoek redelijk is, anders dan bij het oude recht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een werkvoorziening voor vervanging van drinkbakken wordt bevestigd.