ECLI:NL:CRVB:2002:AF4535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premiedifferentiatie WAO ondanks bezwaar over toerekening uitkeringen
Appellante betwistte de berekening van haar gedifferentieerde premie WAO voor het jaar 2000, omdat zij vond dat het deel van de WAO-uitkering van een werknemer dat vóór 1998 op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) werd uitbetaald, niet aan haar toegerekend mocht worden. Daarnaast stelde zij dat de arbeidsongeschiktheid van een andere werknemer geen verband hield met diens dienstbetrekking en daarom niet meegewogen mocht worden.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat de uitkeringen van beide werknemers terecht waren betrokken bij de premieberekening. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat de oorzaak van arbeidsongeschiktheid bij premiedifferentiatie geen rol speelt, mede omdat dit ook niet in de arbeidsongeschiktheidswetgeving zelf is geregeld.
De Raad bevestigt dat het totaalbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, ongeacht de toekenningsgrond of datum, betrokken wordt bij de vaststelling van de gedifferentieerde premie. De aangevoerde gronden van appellante bieden geen aanleiding tot een ander oordeel, zodat het hoger beroep wordt verworpen en de bestreden uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor 2000 wordt bevestigd.