ECLI:NL:CRVB:2002:AF3986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.J.H. Doornewaard
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Verjaring van schadevergoeding na dienstongeval gewezen beroepsmilitair
Appellant, een gewezen beroepsmilitair, raakte op 6 juli 1989 betrokken bij een dienstongeval in de wapenkamer waarbij hij naar eigen zeggen gehoorbeschadiging opliep. De Staatssecretaris van Defensie erkende dit ongeval op 13 juli 1990 als dienstongeval. In 1996 verzocht appellant om vergoeding van de schade, met name de eigen bijdrage voor een gehoorapparaat die vanaf 1 januari 1997 zou gelden vanwege een wijziging in de Regeling dienstverband aanspraken geneeskundige verzorging.
De Staatssecretaris wees dit verzoek in 1997 af wegens verjaring en handhaafde dit besluit in 1998 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Tijdens het hoger beroep werd de wijziging in de Regeling ongedaan gemaakt, waardoor de materiële schadeclaim feitelijk kwam te vervallen. De Raad verklaarde appellant daarom niet-ontvankelijk voor dit onderdeel.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding oordeelde de Raad dat de vordering was verjaard omdat meer dan vijf jaar was verstreken sinds het moment waarop appellant in actie had kunnen komen. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af. Er waren geen omstandigheden die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigden.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk in hoger beroep voor materiële schadevergoeding en de afwijzing van immateriële schadevergoeding wegens verjaring wordt bevestigd.