ECLI:NL:CRVB:2002:AF3553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en ambtelijke corruptie
Appellant was sinds 1973 ambtenaar bij de gemeente en werkzaam bij de Haeghe Groep. Na aangifte van ambtelijke corruptie werd hij buiten dienst gesteld en onderzocht door Coopers & Lybrand. Het onderzoek concludeerde dat appellant financieel voordeel had behaald door gunsten te bedingen bij arbodiensten en het regelen van nevenwerkzaamheden voor een ondergeschikte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit ongegrond. Appellant stelde dat het ontslag onterecht was en dat gedaagde oneerlijk had gehandeld, maar de Raad oordeelde dat het plichtsverzuim zich voordeed vóór de aangifte en dat er geen sprake was van oneerlijke handelwijze.
De Raad vond het ontslag passend gezien de ernst van de feiten en de positie van appellant. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een ontslagdatum in het besluit appellant niet in zijn belang had geschaad. De Raad bevestigde daarmee het besluit tot ontslag wegens ernstig plichtsverzuim.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.