ECLI:NL:CRVB:2002:AF3223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum maatregel bij onvoldoende sollicitatie-inspanningen volgens Werkloosheidswet
Gedaagde, een voormalig loodgieter, ontving een WW-uitkering vanaf februari 1998. Na controles in 1999 bleek dat hij onvoldoende had gesolliciteerd naar passende arbeid, ondanks het bestaan van vacatures in ongeschoolde en laaggeschoolde functies. Appellant legde een maatregel op met een ingangsdatum van 24 februari 1999, welke werd gematigd tot 10% korting gedurende 16 weken.
De rechtbank stelde de maatregel in stand maar wijzigde de ingangsdatum naar 1 maart 1999, omdat de sollicitatieplicht volgens het beleidsbesluit een minimumnorm is en de maatregel pas kan ingaan na de week waarin de overtreding is geconstateerd. Gedaagde berustte in dit oordeel, maar appellant ging in hoger beroep tegen deze wijziging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de beleidsregel ten onrechte als bindend heeft beschouwd en bevestigt dat gedaagde al vanaf 15 februari 1999 zijn sollicitatieplicht heeft geschonden. De Raad stelt dat de ingangsdatum van 24 februari 1999 voldoet aan de causaliteitseis en vernietigt het eerdere vonnis, waarbij het beroep alsnog ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak benadrukt dat de sollicitatieplicht een minimumnorm is en dat alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen bij het bepalen van de overtreding en de ingangsdatum van een maatregel.
Uitkomst: De ingangsdatum van de maatregel wordt bevestigd op 24 februari 1999 en het beroep wordt ongegrond verklaard.