ECLI:NL:CRVB:2002:AF2653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens zelfstandige inschrijving niet gegrond verklaard
Appellant had beroep ingesteld tegen de beëindiging van zijn bijstandsuitkering per 10 juli 1998, omdat hij zich had ingeschreven als zelfstandige bij de Kamer van Koophandel. De gemeente beëindigde de uitkering op grond dat zelfstandigen geen recht op bijstand hebben tenzij aan de voorwaarden van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) wordt voldaan, wat appellant niet had gedaan.
De Raad oordeelt dat de enkele inschrijving bij de Kamer van Koophandel onvoldoende is om appellant als zelfstandige in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw) aan te merken. Ook de eigen verklaring van appellant dat hij als zelfstandige werkzaam was, is niet doorslaggevend. Daarom kan het besluit tot beëindiging van de uitkering niet worden gedragen door de feiten en wordt het vernietigd.
Tegelijkertijd stelt de Raad vast dat appellant zijn informatieplicht heeft geschonden door de inschrijving niet tijdig te melden, terwijl hij wist dat dit relevant was voor zijn recht op bijstand. Hierdoor kan het recht op bijstand per 10 juli 1998 niet worden vastgesteld. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De Raad besluit het beroep gegrond te verklaren, het besluit tot beëindiging van de uitkering te vernietigen, maar de rechtsgevolgen te handhaven. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering per 10 juli 1998 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege schending van de informatieplicht.