ECLI:NL:CRVB:2002:AF2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging Nederlandse sociale zekerheidswetgeving voor cateringmedewerkers internationale trein
Appellante verzorgt de catering op de Eurocitytrein Amsterdam - Keulen/Hannover en heeft voor twee werknemers E-101 verklaringen aangevraagd om de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving vast te stellen. Gedaagde, de Sociale Verzekeringsbank, heeft deze verklaringen afgegeven op basis van de Nederlandse wetgeving, hetgeen door appellante werd bestreden omdat zij meende dat de Duitse wetgeving van toepassing was.
De rechtbank Amsterdam heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat appellante niet kan worden aangemerkt als een onderneming die internationaal personenvervoer per spoor verricht, omdat zij alleen catering verzorgt. Hierdoor is het bepaalde in artikel 14, tweede lid, sub a, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 niet van toepassing.
Omdat de werknemers in Nederland wonen en een deel van hun werkzaamheden op Nederlands grondgebied verrichten, is volgens artikel 14, tweede lid, sub b i) van de Verordening de Nederlandse wetgeving van toepassing. Het standpunt van de Duitse verzekeraar AOK Rheinland is niet bindend voor de Sociale Verzekeringsbank. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 15 november 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving blijft van toepassing.