ECLI:NL:CRVB:2002:AF1317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffers
Eiseres diende in maart 1999 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als weduwe van een vervolgingsslachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat betrokkene vervolging had ondergaan. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet gericht was tegen het besluit over haar echtgenoot, maar over haar eigen vervolgingsstatus.
De Raad behandelde het beroep en oordeelde dat de termijnoverschrijding bij het indienen van het bezwaarschrift niet verschoonbaar was. Eiseres had als reden opgegeven dat zij afwezig was vanwege een bezoek aan haar kind, maar dit was onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De Raad wees tevens op het toepasselijke wettelijke kader, waaronder de afwijkende bezwaartermijn van 13 weken voor in het buitenland gevestigde belanghebbenden en de mogelijkheid tot niet-ontvankelijkverklaring bij overschrijding van deze termijn. Er werden geen kostenvergoedingen toegekend aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2002.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.