ECLI:NL:CRVB:2002:AF0894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsgehandicaptheid op grond van Wet REA wegens onvoldoende onderzoek naar belemmeringen bij werk
Appellant, die meerdere hartinfarcten en een bypassoperatie heeft ondergaan, werd door het UWV niet erkend als arbeidsgehandicapte op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Het UWV baseerde zich uitsluitend op een louter medische beoordeling, waarin werd geconcludeerd dat appellant geen structurele functionele beperkingen meer had en geen ernstig gezondheidsrisico binnen vijf jaar.
Appellant stelde dat hij ondanks zijn herstel door werkgevers werd afgewezen vanwege het verhoogde uitvalrisico, wat een belemmering vormt bij het verkrijgen van werk. De Centrale Raad overweegt dat de Wet REA niet alleen medische beperkingen omvat, maar ook negatieve beeldvorming en reële kansen op uitval die de arbeidsmarktpositie beïnvloeden. Het UWV had daarom ook moeten onderzoeken of appellant belemmeringen ondervindt bij het verkrijgen van arbeid.
Omdat het UWV dit niet heeft gedaan, is het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Raad vernietigt het besluit en het bestreden uitspraak van de rechtbank, en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.