ECLI:NL:CRVB:2002:AF0501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn terugvordering wachtgeld
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die haar beroep tegen een terugvordering van wachtgeld niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Raad stelde vast dat het bestreden besluit op 10 mei 1999 bekend werd gemaakt en dat de beroepstermijn zes weken bedroeg, eindigend op 21 juni 1999. Het beroepschrift was gedateerd 19 juni 1999 maar werd pas op 24 juni 1999 bij de rechtbank ontvangen. Het poststempel op de enveloppe wees uit dat het beroepschrift op 23 juni 1999 ter post was bezorgd, dus na afloop van de termijn.
Appellante voerde verzachtende omstandigheden aan, waaronder een zwaar persoonlijk verlies, maar de Raad oordeelde dat onvoldoende was gebleken dat zij daardoor niet in staat was haar belangen te behartigen. Het beroepschrift was immers binnen de termijn gedateerd. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2002.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.