ECLI:NL:CRVB:2002:AE8967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde vernietigde. Gedaagde had een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar het UWV stelde na herbeoordeling dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg en trok de uitkering per 1 oktober 1998 in.
Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen met een aanvullende motivering gebaseerd op rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en -arbeidsdeskundige. De rechtbank oordeelde dat het UWV gedaagde niet voldoende in de gelegenheid had gesteld om te reageren op deze nieuwe rapportages, in strijd met artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en vernietigde het besluit. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep stelde het UWV dat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden na het horen, zodat artikel 7:9 Awb Pro niet van toepassing was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts en -arbeidsdeskundige hun rapportages baseerden op gegevens die reeds voor de hoorzitting beschikbaar waren en dat geen nader onderzoek had plaatsgevonden dat een nieuwe hoorzitting vereiste. De Raad verklaarde het beroep van het UWV ongegrond en herstelde daarmee het vernietigde besluit in rechte.
De Raad bevestigde tevens dat het bezwaar van gedaagde ontvankelijk was en dat het UWV tijdig had gehandeld. De uitspraak benadrukt het belang van het juiste procesrechtelijke verloop bij bezwaarprocedures en de toepassing van artikel 7:9 Awb Pro, waarbij nieuwe feiten of omstandigheden na het horen aanleiding kunnen geven tot een nieuwe hoorzitting. In dit geval was dat niet aan de orde.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vernietigde besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.