ECLI:NL:CRVB:2002:AE8361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en vaste aanstelling bij beëindiging tijdelijke dienst Defensie
Betrokkene was sinds 6 januari 1994 in tijdelijke dienst bij Defensie, met meerdere verlengingen tot 1 mei 1999, waarna eervol ontslag werd verleend. De Commandant van het Regionaal Militair Commando Oost handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onbevoegdheid van de C-RMCO, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De Staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de C-RMCO bevoegd was door mandaat met terugwerkende kracht en bekrachtiging van het besluit. Betrokkene voerde aan aanspraak te hebben op een vaste aanstelling op grond van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie (BARD) en dat het niet verlengen van haar tijdelijke dienst onredelijk was.
De Raad oordeelde dat de C-RMCO door mandaat en bekrachtiging bevoegd was het besluit te nemen. Betrokkene kon geen vaste aanstelling claimen omdat deze niet van rechtswege ontstaat en eerdere verlengingen rechtens onaantastbaar zijn. Ook was het niet verlengen van haar dienst niet onredelijk gezien de sluiting van de kazerne en verminderde behoefte aan personeel. Het hoger beroep van betrokkene werd afgewezen en het inleidend beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en dat van betrokkene ongegrond; het besluit tot eervol ontslag is bevoegd genomen.