ECLI:NL:CRVB:2002:AE7648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking individuele vervoersvoorziening en toekenning collectieve vervoerskaart
Appellant kreeg een individuele vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), die door het College van burgemeester en wethouders van Enschede werd ingetrokken en vervangen door een collectieve vervoerskaart. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de medische rapportages onzorgvuldig waren en dat hij vanwege zijn beperkingen geen gebruik kon maken van het collectief vervoer.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de medische adviezen van de GGD-arts en de medisch adviseur van ZVN betrouwbaar waren. Het rapport van een orthopedisch chirurg, ingediend door appellant, gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad vond dat appellant, ondanks beperkingen, gebruik kan maken van het collectief vervoer, mede omdat de ritten relatief kort zijn en de chauffeur hulp biedt bij het instappen.
Verder werd overwogen dat appellant nog steeds gebruik maakt van zijn eigen auto met een aangepaste stoel, wat de stelling dat een taxistoel medisch noodzakelijk is, niet ondersteunt. Ook het bezwaar over wachttijden werd niet onderbouwd door medische gegevens. De Raad concludeerde dat het gemeentebestuur bevoegd is om prioriteit te geven aan collectief vervoer volgens de geldende verordening, en dat het bestreden besluit daarmee in stand blijft.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af, waarmee het besluit tot intrekking van de individuele voorziening en toekenning van de collectieve vervoerskaart rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de individuele vervoersvoorziening en wijst de toekenning van een collectieve vervoerskaart toe.