ECLI:NL:CRVB:2002:AE7025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- A. Kovács
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen besluit weduwe-uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zij als weduwe van een vervolgde een periodieke uitkering werd toegekend voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 juni 2002. Dit besluit was gebaseerd op artikel 7, vierde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, dat bepaalt dat de uitkering aan de weduwe ten hoogste twee jaar na het overlijden wordt verleend, tenzij zij jonger is dan 40 jaar, arbeidsongeschikt is, of minderjarige kinderen heeft.
De Raad heeft vastgesteld dat eiseres niet voldoet aan deze uitzonderingscriteria en dat het besluit derhalve overeenkomstig de wet is genomen. Hoewel eiseres stelde dat haar echtgenoot destijds onvolledig was voorgelicht over de duur van de uitkering, heeft zij haar verzoek om schadevergoeding wegens deze onvolledige voorlichting niet gehandhaafd.
De Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en ziet geen aanleiding om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten. Het geschil over de toepassing van artikel 7 van Pro de Wet is daarmee definitief beslecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een beperkte weduwe-uitkering blijft van kracht.