ECLI:NL:CRVB:2002:AE6822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluiten en vaststelling terugvordering bijstand wegens onjuiste grondslag
Appellant ontving vanaf 1 september 1996 een bijstandsuitkering. Na beëindiging van de uitkering per 1 december 1996 wegens arbeidsinkomsten, vorderde de gemeente Maastricht een bedrag terug dat zij meende ten onrechte te hebben verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvordering ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de besluiten berusten op een onjuiste wettelijke grondslag omdat de terugvordering betrekking heeft op een periode vóór 1 juli 1997, terwijl de gebruikte wettelijke bepaling pas vanaf die datum geldt.
De Raad vernietigt daarom de besluiten van 9 oktober 1997, 29 november 1999 en 19 januari 2000 en stelt het terug te vorderen bedrag vast op €1.099,01. Tevens veroordeelt hij de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Raad overweegt dat appellant niet volledig en correct zijn inkomsten heeft opgegeven en dat daarmee de terugvordering gerechtvaardigd is. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad wijst het beroep van appellant tegen de hoogte van de terugvordering af en verhoogt de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad vernietigt de terugvorderingsbesluiten en stelt het terug te vorderen bedrag vast op €1.099,01.