ECLI:NL:CRVB:2002:AE6263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel wegens onterecht opgelegde WW-korting bij naleving sollicitatieplicht
Gedaagde was sinds 10 november 1997 werkzaam als leerling-timmerman en werd op 21 juli 1998 wegens werkvermindering ontslagen. Hij ontving een WW-uitkering vanaf die datum. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), legde op 8 oktober 1998 een korting van 20% op de uitkering op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode 21 juli tot 1 oktober 1998. Gedaagde had in die periode tien sollicitaties verricht, waarvan drie naar aanleiding van vacatures en zeven open sollicitaties per telefoon.
De rechtbank Breda matigde de opgelegde maatregel wegens verminderde verwijtbaarheid, gelet op de korte werkloosheidstijd, onbekendheid met sollicitatie-eisen en gebruikelijke sollicitatievormen in de bouw. Appellant stelde in hoger beroep dat open sollicitaties zonder vacature niet als concrete sollicitaties tellen, maar de Raad oordeelde dat gedaagde niet kon worden verweten dat hij meende hiermee aan de norm te voldoen.
De Raad stelde vast dat gedaagde gemiddeld één verifieerbare sollicitatie-activiteit per week had verricht, conform het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW. Omdat vacatures in passende functies niet in groten getale voorkwamen, was onvoldoende grond om te concluderen dat gedaagde onvoldoende had geprobeerd passend werk te vinden. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit van 8 oktober 1998, en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het besluit tot korting op de WW-uitkering wordt vernietigd omdat gedaagde voldoende sollicitatieactiviteiten verrichtte.