ECLI:NL:CRVB:2002:AE5919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim ambtenaar na incident op werk
Appellant, werkzaam bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie, werd na een woordenwisseling met een collega waarbij lichamelijk geweld plaatsvond, geschorst en later met een schriftelijke berisping bestraft wegens plichtsverzuim. De schorsing werd verlengd om het onderzoek ongestoord te kunnen uitvoeren. Appellant maakte bezwaar tegen zowel de schorsing als de disciplinaire straf, welke door het Waterschap werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de schorsing terecht was vanwege het belang van een ongestoord onderzoek en de onwerkbare situatie met collega's. Ten aanzien van de disciplinaire straf stelt de Raad dat appellant niet kon voorzien dat zijn pogingen tot gesprek met de collega zouden leiden tot geweld, waardoor het gedrag niet als plichtsverzuim kan worden aangemerkt. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot berisping en het daaraan ten grondslag liggende besluit.
De Raad veroordeelt het Waterschap tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de disciplinaire berisping wegens plichtsverzuim en bevestigt de schorsing.