ECLI:NL:CRVB:2002:AE3910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening op grond van Wet voorzieningen gehandicapten
Appellante verzocht de gemeente Weert om een financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De aanvraag werd door de gemeente afgewezen omdat appellant niet voldeed aan het criterium van aantoonbare beperkingen die het gebruik of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken, zoals opgenomen in de gemeentelijke Verordening voorzieningen gehandicapten 1994.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat zij door chronische pijn en fysieke beperkingen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Zij stelde niet in staat te zijn te fietsen en slechts korte afstanden te kunnen lopen.
De Raad baseerde zich op medisch advies van artsen verbonden aan de GGD Midden-Limburg, die concludeerden dat appellant ondanks haar klachten in staat is het openbaar vervoer te gebruiken. De Raad oordeelde dat de medische gegevens en adviezen onvoldoende aantonen dat appellant niet kan reizen met openbaar vervoer.
Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees de aanvraag af. Er waren geen gronden om af te wijken van het advies van de GGD of om toepassing te geven aan bijzondere bestuursrechtelijke bepalingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de financiële tegemoetkoming omdat appellant niet voldoet aan het criterium van aantoonbare beperkingen die het gebruik van openbaar vervoer onmogelijk maken.