ECLI:NL:CRVB:2002:AE3704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens voldoende middelen van bestaan
Appellant vroeg bijstand aan voor de periode van 16 september 1997 tot 2 januari 1998, nadat hij werkloos werd en voorschotten ontving op grond van de Werkloosheidswet (WW). De gemeente Drimmelen wees de aanvraag af omdat appellant volgens artikel 7, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) over voldoende middelen beschikte om in zijn noodzakelijke kosten te voorzien.
Appellant was het hier niet mee eens en maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze beslissing na behandeling van het hoger beroep. De Raad overwoog dat het feit dat appellant de voorschotten later moest terugbetalen aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) niet betekent dat hij destijds geen middelen had. Het ging immers om de situatie in het betrokken tijdvak, waarin appellant daadwerkelijk over voldoende middelen beschikte.
De Raad benadrukte dat de vraag of appellant tijdig een aanvraag had ingediend niet relevant was voor de beoordeling van het recht op bijstand. De afwijzing van de aanvraag werd daarom in stand gelaten.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellant over voldoende middelen beschikte.