ECLI:NL:CRVB:2002:AE3340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugvordering AAW-uitkering zelfstandige
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een zelfstandige, T.C.A. Slegers, over de terugvordering van een ten onrechte betaalde Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW)-uitkering. Het UWV had besloten de uitkering over de jaren 1994 tot en met 1996 in te trekken en een bedrag terug te vorderen wegens inkomsten uit arbeid die niet waren meegenomen.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV niet bevoegd was tot terugvordering over de periode 9 april 1995 tot 1 augustus 1996, omdat het voor de zelfstandige niet redelijkerwijs duidelijk was dat er teveel was betaald. Ook vond de rechtbank dat het besluit over de periode 1 augustus 1996 tot 1 december 1996 onvoldoende zorgvuldig was genomen vanwege het ontbreken van overwegingen omtrent dringende redenen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het voor de zelfstandige redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat de uitkering onverschuldigd was betaald, mede gezien de hoogte van de inkomsten. De Raad stelt dat het UWV niet verplicht was om zonder beroep van de betrokkene te toetsen op dringende redenen bij terugvordering. Het hoger beroep van het UWV wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de AAW-uitkering aan de zelfstandige blijft gehandhaafd.