ECLI:NL:CRVB:2002:AE2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke sanctie wegens te late reïntegratiemelding niet rechtmatig zonder belangenafweging
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) als appellant en de Stichting [X.] als gedaagde over een opgelegde sanctie wegens een te late reïntegratiemelding. De melding was later dan zes maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid ontvangen, wat volgens het beleid een sanctie van f 1.872,24 rechtvaardigde. Gedaagde voerde aan dat zij haar uiterste best had gedaan en dat de sanctie disproportioneel was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat appellant geen belangenafweging had gemaakt zoals vereist onder artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant voerde in hoger beroep aan dat het sanctiebeleid proportioneel is en geen uitzonderingen toelaat.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het sanctiebeleid geen rechtstreekse wettelijke grondslag heeft en dat het ontbreken van een belangenafweging in strijd is met het evenredigheidsbeginsel van de Awb. Hierdoor kan het besluit niet standhouden. De Raad heft een griffierecht van €327 aan appellant op.
Uitkomst: Het besluit tot sanctie wegens te late reïntegratiemelding wordt vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.