ECLI:NL:CRVB:2002:AD9836
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep en voorlopige voorziening
De zaak betreft een verzoek om vergoeding van proceskosten na intrekking door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam van een hoger beroep en een verzoek om voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure.
Gedaagde had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verzocht om toepassing van artikel 8:81 Awb Pro. Vervolgens trok gedaagde het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in, omdat de kosten waarvoor bijzondere bijstand was gevraagd inmiddels door het ziekenfonds waren vergoed. Verzoeker vorderde daarop vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter overwoog dat de intrekking van het hoger beroep en de voorlopige voorziening plaatsvond omdat er geen materieel belang meer was, en dat de wetgeving (artikel 8:75a Awb en artikel 21a Beroepswet) niet voorziet in vergoeding van proceskosten aan de gedaagde partij in een dergelijk geval. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep, mr. G.A.J. van den Hurk, op 11 januari 2002, en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.