ECLI:NL:CRVB:2002:AD9662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling laten aanvraag bijstand en onjuiste maatregel verlaging uitkering
Appellante diende meerdere aanvragen in voor een bijstandsuitkering na haar echtscheiding. Gedaagde liet een aanvraag buiten behandeling omdat appellante niet alle gevraagde gegevens over het gemeenschappelijk vermogen aanleverde, met name bank- en giroafschriften van haar ex-echtgenoot. De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs over deze gegevens had kunnen beschikken en dat gedaagde terecht de aanvraag buiten behandeling liet.
In een tweede geschil werd een bijstandsuitkering toegekend maar met een verlaging van 10% gedurende 1,5 jaar vanwege een vermeend tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van appellante bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De Raad stelde vast dat deze verlaging was gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag en vernietigde het besluit.
De Raad bevestigde dat appellante inderdaad tekortschietend besef had getoond door in te stemmen met een overbedeling van haar ex-echtgenoot, waardoor zij eerder aangewezen was op bijstand. De verlaging van de uitkering was daarom gerechtvaardigd, maar moest op een juiste wettelijke grondslag worden gebaseerd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot buiten behandeling laten van de aanvraag en het besluit tot verlaging van de bijstandsuitkering worden vernietigd, met instandhouding van de rechtsgevolgen en een maatregel op juiste grondslag.