ECLI:NL:CRVB:2002:AD9469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag met wachtgeldregeling wegens verstoorde arbeidsverhouding bij ambtenaar
Appellant was sinds 1979 werkzaam bij een overheidsinstelling en stopte in 1992 met werken na klachten en een onvoldoende beoordeling. Na herstelverklaring in 1994 hervatte hij zijn werkzaamheden niet omdat gedaagde terugkeer niet wenste. Diverse pogingen tot ontslag en minnelijke oplossing mislukten.
In 2000 verleende gedaagde eervol ontslag met wachtgeld op grond van artikel 99 ARAR Pro. De rechtbank vernietigde dit besluit, handhaafde de rechtsgevolgen en kende appellant een eenmalige vergoeding toe wegens het aandeel van gedaagde in de impasse. Gedaagde ging niet in hoger beroep tegen deze vergoeding.
De Centrale Raad oordeelt dat sprake was van een onherstelbare impasse die ontslag rechtvaardigde. De Raad vindt de toegewezen vergoeding redelijk en wijst een hoger bedrag af, mede gelet op de lange periode van non-activiteit zonder arbeidsprestatie. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag met wachtgeldregeling wordt bevestigd en de vergoeding van 6,25 bruto maandsalarissen wordt gehandhaafd.