ECLI:NL:CRVB:2002:3
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek eenmalige financiële tegemoetkoming Surinaamse militair
Appellant, een gewezen 1e luitenant van de Surinaamse krijgsmacht, verzocht om een eenmalige financiële tegemoetkoming die was toegekend aan militairen die op 8 december 1982 in actieve dienst waren en niet in aanmerking kwamen voor een vervangende uitkering. Deze regeling was bedoeld voor lagere rangen en militairen die financieel niet gecompenseerd waren na het stopzetten van suppletie-uitkeringen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet onder de doelgroep van deze regeling valt, omdat hij reeds een vervangende uitkering ontving en niet meer in actieve dienst was op de genoemde datum. De Raad stelde vast dat er geen sprake is van verboden ongelijke behandeling omdat appellant financieel gecompenseerd is via de vervangende uitkering, ondanks dat deze sinds 1990 niet meer wordt uitbetaald vanwege inkomsten uit arbeid.
De Raad verwierp de stelling dat het beleid in strijd is met artikel 1 van Pro de Grondwet en benadrukte dat keuzes van de Surinaamse overheid omtrent aanvullende tegemoetkomingen buiten de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid vallen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot eenmalige financiële tegemoetkoming wordt bevestigd.