ECLI:NL:CRVB:2001:BL7344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid met bijzondere omstandigheden
In deze zaak heeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, waarin het besluit tot weigering van een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid werd vernietigd. De rechtbank oordeelde dat hoewel gedaagde verwijtbaar werkloos was geworden door zelf ontslag te nemen zonder ander werk, bijzondere omstandigheden een volledige weigering niet rechtvaardigden. Daarom werd een verlaging van het uitkeringspercentage van 70 naar 35 over 26 weken passend geacht.
Het LISV had nagelaten een nieuw besluit te nemen conform de rechtbankuitspraak, waarna de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigde. De Raad overwoog dat de verlaging van het uitkeringspercentage een passende maatregel is gelet op alle feiten en omstandigheden, en veroordeelde het LISV tot betaling van de proceskosten van gedaagde.
De procedure omvatte een zitting op 30 mei 2001 waarbij beide partijen werden gehoord. De Raad baseerde zich op de Werkloosheidswet en het destijds geldende beleid. De uitspraak benadrukt het belang van maatwerk bij verwijtbare werkloosheid en bevestigt de toepassing van artikel 27 lid 1 WW Pro in bijzondere situaties.
Uitkomst: De Raad bevestigt verlaging van het WW-uitkeringspercentage van 70 naar 35 gedurende 26 weken wegens verwijtbare werkloosheid met bijzondere omstandigheden.