ECLI:NL:CRVB:2001:AF3973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militair wegens bezit van hard- en softdrugs
Appellant, soldaat eerste klasse bij de Koninklijke Luchtmacht, werd verdacht van overtreding van de Opiumwet en gewaarschuwd door zijn commandant. Na bekendwording van bezit van hard- en softdrugs in de periode 1995-1996 werd appellant geschorst en later ontslagen wegens wangedrag.
Appellant voerde aan dat niet was vastgesteld dat hij ook na de bekendmaking van het drugsbeleid in augustus 1996 drugs bezat. De Raad oordeelde echter dat het strafvonnis van oktober 1997, dat bezit in de periode tot november 1996 vaststelde, bindend was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij na augustus 1996 geen drugs bezat.
De Raad achtte het beleid waarbij bezit van hard- en softdrugs als wangedrag wordt gekwalificeerd niet onredelijk en bevestigde het ontslagbesluit. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het ontslag onrechtmatig maakten.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens bezit van hard- en softdrugs wordt bevestigd.