ECLI:NL:CRVB:2001:AE8603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.M. van der Kade
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke terugvordering en vervallenverklaring wachtgeld wegens verzwegen inkomsten
De zaak betreft een geschil tussen de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Utrecht en drs. W.H. Epping over de terugvordering van wachtgeld dat onverschuldigd werd betaald vanwege verzwegen inkomsten uit een ziektekostenvergoeding. Gedaagde ontving sinds 1993 wachtgeld na eervol ontslag, maar had niet gemeld dat hij via zijn eigen BV een vergoeding voor ziektekosten ontving.
De Kamer van Koophandel stelde vast dat er te veel wachtgeld was uitbetaald en vorderde ruim ƒ 48.000 terug, tevens werd het recht op wachtgeld vervallen verklaard. De rechtbank had dit besluit vernietigd wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering van de sanctie, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad bevestigt dat de directeur bevoegd was het besluit te nemen en dat de ziektekostenvergoeding als inkomen moet worden beschouwd volgens de fiscale aangiften. De sanctie van volledige vervallenverklaring van het wachtgeld is niet disproportioneel gezien de ernst van het verzwijgen en de omvang van het benadelingsbedrag.
Daarmee vernietigt de Raad het eerdere vonnis, verklaart het beroep ongegrond en vernietigt het nadere besluit van 12 juli 1999. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering en vervallenverklaring van het wachtgeld wordt gehandhaafd.