ECLI:NL:CRVB:2001:AE8545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek woningaanpassing traplift op grond van artikel 2.6 Wvg-verordening
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand dat zijn verzoek tot vergoeding van een traplift in zijn nieuwe woning afwees. De afwijzing was gebaseerd op artikel 2.6 van de Verordening Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), die bepaalt dat een financiële tegemoetkoming in woonvoorzieningen slechts eenmaal per zeven jaar wordt verleend indien de verhuizing niet het gevolg is van ergonomische beperkingen.
De rechtbank had het beroep van appellant eerder verworpen omdat de verhuizing in 1997 plaatsvond binnen zeven jaar na een eerdere woningaanpassing in 1995, die adequaat was voor zijn handicap. De Raad overwoog dat de bepaling bedoeld is om te voorkomen dat bij verhuizing binnen zeven jaar een nieuwe voorziening wordt toegekend zonder dat er sprake is van nieuwe ergonomische beperkingen.
De medische en ergonomische gegevens, waaronder een rapport van een arts verbonden aan Argonaut BV, werden niet door appellant betwist. De Raad stelde vast dat de eerdere woning adequaat was en dat de verhuizing niet was ingegeven door ergonomische beperkingen van appellant zelf, maar mogelijk door wensen van zijn echtgenote.
Daarom was het verzoek tot een traplift in de nieuwe woning niet toewijsbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van een traplift werd afgewezen omdat de verhuizing binnen zeven jaar na een eerdere adequate woningaanpassing plaatsvond zonder nieuwe ergonomische noodzaak.