ECLI:NL:CRVB:2001:AE4768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid door andere oorzaak
Verzekerde, werkzaam als 1e assistent accountant, ontving een WAO-uitkering die was vastgesteld op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, weigerde deze uitkering te herzien na een toename van arbeidsongeschiktheid door een hartinfarct op 20 mei 1997.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond en stelde dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit een andere oorzaak dan die waarvoor de uitkering al werd toegekend. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toename van arbeidsongeschiktheid door het hartinfarct niet uit dezelfde oorzaak voortkomt als de eerdere depressieve klachten die de oorspronkelijke uitkering rechtvaardigden. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant gegrond, waardoor het bestreden besluit werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad vernietigt het eerdere vonnis en verklaart het beroep van appellant gegrond, waardoor de herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen.