ECLI:NL:CRVB:2001:AD9646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming onderhoudskosten gehandicapt kind in gezinsverpleging
Gedaagde, werkzaam als groepsleidster gezinsverpleging bij een AWBZ-instelling, verzorgt een gehandicapt kind dat in haar gezin is geplaatst. Zij vroeg een tegemoetkoming onderhoudskosten aan op grond van de TOG-regeling, welke door de Sociale Verzekeringsbank werd afgewezen omdat zij loon en onkostenvergoeding ontvangt van de instelling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de TOG-regeling bedoeld is voor ouders die hun gehandicapte kind thuis verzorgen zonder beroepsmatige vergoeding, en dat de situatie van gedaagde, die in dienst is van de AWBZ-instelling en salaris ontvangt, niet onder deze regeling valt.
De Raad benadrukt dat de regeling een financiële compensatie biedt aan ouders die geen professionele hulp inschakelen, en dat gezinsverpleging onder verantwoordelijkheid van een AWBZ-instelling een beroepsmatige zorg betreft. Daarom is de afwijzing van de tegemoetkoming terecht en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de tegemoetkoming onderhoudskosten op grond van de TOG-regeling.