ECLI:NL:CRVB:2001:AD9035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim politiefunctionaris
Appellant, werkzaam als hoofdagent bij de politie, werd op 10 februari 1998 voorwaardelijk strafontslag verleend wegens plichtsverzuim, namelijk het herhaaldelijk niet nakomen van financiële verplichtingen wat leidde tot meerdere derdenbeslagen. Na een waarschuwing en verzoek om openheid over zijn financiële situatie, bleef appellant onvoldoende transparant en werden nieuwe loonbeslagen gelegd.
De Korpsbeheerder besloot daarop op 15 oktober 1998 tot tenuitvoerlegging van het strafontslag, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat appellant aan de voorwaarden voor tenuitvoerlegging had voldaan.
Hoewel appellant niet voorafgaand aan het besluit tot tenuitvoerlegging in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven, vond de Raad dat dit geen reden tot vernietiging was omdat de feiten bekend waren en appellant tijdens de bezwaarprocedure wel zijn standpunt kon toelichten. De Raad benadrukte de hoge eisen aan integriteit en betrouwbaarheid van een politieman en vond het plichtsverzuim ernstig genoeg voor ontslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim.