ECLI:NL:CRVB:2001:AD8148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvorderingsbesluit arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste berekening
Betrokkene maakte bezwaar tegen besluiten van het Lisv waarin zijn arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werden teruggevorderd over verschillende perioden, waaronder 1 mei 1994 tot 1 augustus 1994, de jaren 1995 en 1996, en 1 januari 1997 tot 1 augustus 1997. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor een deel van de terugvordering en vernietigde het besluit voor zover het de terugvordering vanaf 1 januari 1995 betrof.
In hoger beroep handhaafde betrokkene zijn grieven en voerde aan dat het Lisv onregelmatigheidstoeslagen niet correct had meegenomen en dat de terugvordering onvoldoende gespecificeerd was. Het Lisv stelde dat zij een gedetailleerde specificatie had verstrekt en dat de toepassing van de korting op de uitkering juist was.
De Raad oordeelde dat het Lisv onjuiste toepassing gaf aan artikel 44, eerste lid, van de WAO, omdat bij wisselende maandinkomsten de vergelijking per maand moet plaatsvinden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het teruggevorderde bedrag juist was. Het besluit tot terugvordering vanaf 1 januari 1995 werd daarom vernietigd, terwijl het besluit over de overige perioden werd bevestigd. Het Lisv werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen vanaf 1 januari 1995 wordt vernietigd wegens onjuiste berekening, overige besluiten worden bevestigd.