ECLI:NL:CRVB:2001:AD8145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering na herziening inkomen zelfstandige
Appellant, een voormalig assurantieadviseur die sinds 1995 als zelfstandige werkt, kreeg zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering herzien op grond van artikel 44 van Pro de WAO. Gedaagde stelde het inkomen van appellant vast zonder rekening te houden met fiscale aftrekposten zoals zelfstandigenaftrek, startersaftrek en meewerkaftrek. Hierdoor werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 65 tot 80% in plaats van 80 tot 100%.
Appellant voerde aan dat alle fiscale aftrekposten als stimuleringsmaatregelen gelijk behandeld moesten worden en dat de meewerkaftrek relevant was vanwege de bijdrage van zijn echtgenote. De Raad oordeelde echter dat deze aftrekposten niet in aanmerking genomen konden worden bij de inkomensvaststelling voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering, omdat de regelgeving dit niet voorziet.
De meewerkaftrek werd slechts relevant geacht voor het aantal uren dat de echtgenote heeft meegewerkt, welke appellant zelf op vijf uur per week stelde. De Raad vond dit voldoende aannemelijk en concludeerde dat de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 65-80% correct was.
De terugvordering van onverschuldigde uitkering werd bevestigd omdat appellant redelijkerwijs kon begrijpen dat hem een te hoge uitkering was toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van f 10.729,25 en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheidsklasse op 65-80%.