ECLI:NL:CRVB:2001:AD8016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.M. van der Kade
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit en verplichting tot passende herplaatsing ambtenaar na reorganisatie
Appellant was adjunct-kabinetchef bij het Parket van de Procureur-Generaal en werd door een reeks besluiten ontheven uit zijn functie en tijdelijk elders geplaatst. Diverse besluiten omtrent zijn functie en plaatsing werden door de Raad vernietigd wegens gebrek aan juridische grondslag en onrechtmatigheid.
De Minister verleende appellant ontslag op grond van een vermeende onherstelbare vertrouwensbreuk, maar de Raad oordeelde dat de gronden onvoldoende waren en dat het ontslagbesluit niet in stand kon blijven. Tevens werd vastgesteld dat de aanwijzing van bepaalde functies als uitgezonderd en spilfuncties niet op een geldige juridische grondslag berustte, waardoor appellant benadeeld werd in de plaatsingsprocedure.
De Raad verplicht de Minister om appellant als herplaatsingskandidaat te behandelen conform het Sociaal Plan SBK-OM2 en een passende functie te zoeken, waarbij rekening gehouden moet worden met zijn oude salarisschaal. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen wegens het ontbreken van aantoonbare immateriële of materiële schade.
Proceskosten en griffierechten werden aan appellant vergoed. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige en rechtsgeldige besluitvorming bij reorganisaties en ontslag van ambtenaren.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd en de Minister wordt verplicht een passende functie te zoeken voor appellant binnen de reorganisatie.